Veiligheid en duurzame ontwikkeling: Gezondheid en veiligheid

30 Oktober 2019
 

Veilig werken met cement en beton

Cement is een hydraulisch bindmiddel. In contact met water of vocht leidt de hydratatiereactie vrijwel onmiddellijk tot een sterke stijging van de pH tot een waarde van ± 13. Daardoor kunnen cement en beton irritatie of brandwonden veroorzaken bij langdurig contact met de huid of spatten in de ogen. Het is daarom van essentieel belang beschermende uitrusting te dragen bij het omgaan met beton en producten op basis van cement : veiligheidsbril, beschermende kledij, handschoenen, laarzen, ... In geval van irritatie, met veel water spoelen en een arts raadplegen. 
 
De veiligheidsinformatiebladen van cement en beton zijn beschikbaar bij de producenten.
 

Cement en de Europese richtlijn inzake chroom VI

Chroom VI is van nature aanwezig in extreem lage hoeveelheden in de grondstoffen die worden gebruikt voor de productie van cement. Sommige mensen kunnen een allergische reactie ontwikkelen wanneer ze in contact komen met chroom VI. De Europese Richtlijn 2003/53/EG, bij koninklijk besluit omgezet naar Belgisch recht, schrijft voor dat "cement en cementhoudende preparaten niet mogen worden gebruikt of op de markt worden gebracht als ze, indien gehydrateerd, meer dan 0,0002% (2 ppm) oplosbaar chroom VI bevatten van het totale droge gewicht van cement".
 
Plaatsing van de anti- terugslagkabe

 

De cementproducent voegt daarom een reductiemiddel toe aan het cement dat het mogelijk maakt om een chroom VI-gehalte lager dan de opgelegde limiet te garanderen. De duur waarbij het reductiemiddel effectief is, wordt vermeld op elke leveringsbon of op elke verpakking. Deze periode is geldig onder de gepaste opslagomstandigheden : het cement moet worden opgeslagen in silo's of zakken, beschermd tegen vocht, en mag niet worden blootgesteld aan overmatige ventilatie.

Het is belangrijk om eraan te herinneren dat de meeste gevallen van huiduitslag gerelateerd zijn aan irritatie vanwege de alkalische aard van de cementpasta. Ze kunnen optreden als de instructies voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen niet worden opgevolgd. De vermindering van het gehalte aan oplosbaar chroom VI van cement mag in geen geval de gebruiker vrijstellen van het gebruik van handschoenen, ondoordringbare schoenen, beschermende kledij,  veiligheidsbril, ...


Levering van cement

Het lossen van cement uit de tankwagens naar de silo's van de betoncentrales wordt uitgevoerd met  perslucht afkomstig van een compressor die op de transportvoertuigen is gemonteerd. Zoals bij elk proces met perslucht bestaat er een risico op breuk van flexibele leidingen of koppelstukken ingeval van slijtage of een overmatige drukstijging. 

De gevolgen van dit risico, een plotselinge klap van de leiding, kunnen beperkt worden door de plaatsing van een borgkabel of "anti-terugslagkabel" (fig 5.2.1). Deze kabel is een extra veiligheidsmaatregel en vervangt vanzelfsprekend niet de inspectie en het regelmatige onderhoud van alle leidingen en koppelstukken.

Wanneer het cement in de silo wordt geblazen, moet de lucht in de silo kunnen ontsnappen om zo ruimte te laten voor cement. Om milieuvervuiling door cementstof te voorkomen, wordt deze lucht doorheen filters bovenop de silo's geleid (fig 5.2.2). Het is essentieel om regelmatig te controleren of deze filters niet verstopt zijn en of de veiligheidsventielen goed werken. Een verstopte filter kan exploderen en in zijn val ernstige letsels veroorzaken.

 

Filters bovenop de silo’s van een betoncentrale

Beton verpompen 

De plaatsing van verpompt beton genereert een aantal specifieke risico's die niet mogen worden onderschat. In het bijzonder moet men steeds nagaan of rekening gehouden werd met : 
  • de toename van de betondruk op verticale bekisting
  • de mogelijke aanwezigheid van een bovengrondse hoogspanningslijn in de actieradius van de pompgiek
  • de draagkracht van de voorziene standplaats van de pomp en zijn accessoires (pompgiek, ...)
  • de beperking van het risico op ongecontroleerde bewegingen van de flexibele leiding.

Risico op elektrocutie 
In geval van contact van de pompgiek met een elektrische leiding, staat de pomp onder spanning. Elk contact met de pomp veroorzaakt dan een elektrische schok. Dit geldt ook voor de grond rondom de machine. Deze spanning neemt af met de afstand, hetgeen inhoudt dat als men een voet verplaatst, er een potentiaalverschil tussen de twee voeten ontstaat. Hierbij vloeit er een stroom door het lichaam van de ene voet naar de andere. Ook zonder direct contact met een elektrische leiding kan de pomp onder spanning komen te staan. Dit komt omdat er vanaf een bepaalde afstand tussen de giek en de leiding een electrische boog kan ontstaan.
 

In de nabijheid van hoogspanningslijnen, is het daarom alleen toegestaan om te werken als de spanning tijdens de duur van het werk wordt afgesloten. Als dit niet mogelijk is, moet een veiligheidsafstand van minstens 6 m tussen de giek en de electriciteitsleiding worden aangehouden. De pomp moet uit voorzorg ook effectief worden geaard bij het werken in de buurt van elektrische leidingen.



Als gevolg van de multidirectionele bewegingen van de pompgiek en de noodzaak om te focussen op het lospunt, kan de bedienaar van de betonpomp de positie van de giek ten opzichte van de electrische kabel uit het oog verliezen. Afhankelijk van de positie ten opzichte van de kabel, kan het voor de pompbedienaar onmogelijk zijn om de afstand tussen de giek en de kabel te beoordelen. Als de giek van de pomp niet uitgerust is met een lijndetectie-apparaat, moet een "waarnemer" worden aangewezen. Deze staat in radiocontact met de bedienaar en moet op elk moment de positie van de giek ten opzichte van de electrische leiding volgen (fig 5.2.3).

Risico's door ongecontroleerde bewegingen van de betonneerslang
De flexibele aanvoerleiding hangt meestal verticaal aan het uiteinde van de pompgiek (fig 5.2.4). Als er lucht in de betonpomp wordt gezogen, kan de druk die daaruit voortvloeit een "zweepslag" veroorzaken wanneer deze de aanvoerleiding verlaat. Daarom kan een leiding met een metalen kraag aan het uiteinde nooit als aanvoerleiding gebruikt worden. Een onverwachte beweging van de giek of de flexibele aanvoerleiding kan nooit worden uitgesloten. Daarom zal het aantal mensen in de zone nabij de de giek of flexibele aanvoerleiding tot het noodzakelijke minimum worden beperkt.
 

Pompbedienaar bijge- staan door een waarnemer in de nabijheid van elektrische leidingen


Plaatsen van beton met de kubel

Het plaatsen van beton met de kubel is een gebruikelijke situatie. Een kubel gevuld met beton weegt enkele tonnen en heeft daarom een aanzienlijke traagheid. Om ervoor te zorgen dat de kubel wordt gebruikt in de beste veiligheidsomstandigheden, zal bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende punten: 

  • Regelmatig alle hijsapparatuur controleren.
  • Zich tijdens de beweging van de kubel nooit tussen de kubel en de truckmixer of gelijk welk ander vast voorwerp positioneren om het risico op verpletting te vermijden. Steeds een veilige afstand respecteren en zich nooit onder opgehesen lasten verplaatsen.
  • Ingeval van defecte of moeilijke communicatie met de kraanmachinist, het werk stoppen.
  • Ervoor zorgen dat de hijsuitrusting geschikt is voor de lading (gewicht, verankering, bevestiging).
  • Nooit proberen om betonresten in de kubel terug in de truckmixer te brengen.
  • De kubel niet optillen tijdens het vullen of het reinigen. Deze moet steeds stabiel op de grond staan.
  • De werken stil leggen in geval van sterke wind die de kubel doet slingeren.
  • De kubel nooit handmatig proberen tegen te houden.
  • Ervoor zorgen dat de werkplatformen bovenaan de bekisting stabiel zijn en voorzien zijn van borstweringen.
     
    Risicozone rond de aanvoer- leiding