Technische dienst bij Holcim : het laboratorium

20 Augustus 2019
 

Ons Technical Support Lab

laboratoire1

Al onze productiesites zijn uitgerust met laboratoria voor de kwaliteitscontrole van onze producten. Daarnaast beschikt Holcim over een gereputeerd toepassingslaboratorium dat volledig gericht is op het formuleren van oplossingen voor de problemen en uitdagingen van onze klanten en onze productiesites. Het Technical Support Lab (TSL) is gebaseerd in Obourg en maakt deel uit van ons Technical Support Center (TSC).

Op onze site van Obourg is het vooral de immense cementfabriek die in het oog springt. Minder opvallend, maar minstens even dynamisch is het Technical Support Lab aan de rand van het terrein. Het laboratorium omvat verschillende lokalen, verspreid over de gelijkvloerse en de eerste verdieping van de gebouwen. Die mogen dan niet meer van de jongste zijn, het enorme arsenaal aan testapparatuur is state of the art. TSL Manager Patricia Dath stelt haar team voor: haar assistente Patricia Prémanne staat in voor de administratieve ondersteuning. Bertrand Famelart en Nicolas Leclercq zijn naast zijzelf de experten van het labo. Zij vullen elkaar perfect aan met hun diepgaande kennis over scheikunde, beton, mortel, granulaten, wegentechniek, … Verder bestaat het team uit vier technici: Pascal Collard, Albert Alphonse, Didier Leboeuf en Jerry Lecomte. “Een kleine groep mensen”, beseft Patricia. “Ideaal om kort op de bal te spelen, maar we hebben onze handen meer dan vol.”

 

laboratoire2

Polyvalent

Samen met Steven Schaerlaekens, Manager van ons Technical Support Center, leidt Patricia ons rond in de laboratoriumruimtes in Obourg. Beneden zien we de enorme hoeveelheid productstalen die klaarliggen om getest te worden. Dat gaat van kleine zakjes met bodemstalen tot grote bakken cement en andere ingrediënten voor onze eindproducten. “Die stalen testen we in opdracht van onze eindklanten, maar ook in opdracht van onze eigen fabrieken”, vertelt Patricia. “Zo hebben we in de loop van 2017 meer dan 1.700 stalen ontvangen om te testen.” Het gereputeerde laboratorium van Obourg is dan ook volledig gericht op het formuleren van antwoorden en oplossingen voor de problemen en uitdagingen van onze klanten. Er wordt daarom nagegaan hoe we onze producten kunnen blijven verbeteren, en hoe we onze productieprocessen kunnen optimaliseren. Steven Schaerlaekens: “Kwaliteitscontrole gebeurt natuurlijk ook in de labo’s die zich op al onze Belgische sites bevinden, maar daar gaat het vooral om standaardproeven.

De meer gesofisticeerde tests gebeuren in Obourg, aangezien de andere labo’s van de groep daar niet voor uitgerust zijn.” Een niet onbelangrijk onderdeel van de testen in Obourg omvat ook de analyse van de producten van onze concurrenten: wat hebben zij dat wij niet hebben? Of omgekeerd: wat zijn onze absolute sterktes? Patricia Dath benadrukt dat het Technical Support Lab erg polyvalent is en dus ten dienste staat van alle divisies van onze groep. De actieradius is voornamelijk de Benelux en het noorden van Frankrijk. “We wisselen ook kennis uit met andere labo’s van de groep LafargeHolcim, zoals met het labo bij Lyon in Frankrijk, vooral op het vlak van productontwikkeling.”

Correct interpreteren

Het Technical Support Lab in Obourg omvat vier afdelingen: het Labo scheikunde en milieu, het Labo granulaten en wegentechniek, het Labo mortel en grout, en het Labo beton. In het Labo scheikunde en milieu wordt bijvoorbeeld nagegaan wat de impact is van onze eindproducten op de omgeving. Wat met uitloging van zware metalen en andere potentiële risico’s? De chemische analyse moet uiteraard ook uitwijzen of elk eindproduct helemaal oké is op technisch vlak, of de samenstelling juist is, noem maar op. “Gelukkig verlopen heel wat metingen automatisch, dankzij de moderne apparatuur die we ter beschikking hebben”, vertelt Patricia. “Maar dat neemt niet weg dat alle meetresultaten op de juiste manier geïnterpreteerd moeten worden, en daarvoor moet je de juiste kennis in huis hebben natuurlijk.” Daarvoor werken de experten van het lab samen met de productingenieurs van de verschillende branches. Naast de chemische analyses zijn er ook de fysische tests, om bijvoorbeeld na te gaan of bepaalde eindproducten bestand zijn tegen vorst en andere mogelijke aantastingsmechanismen. “Elk product moet er voor de proeven exact zo uitzien zoals onze klant het zal gebruiken”, vertelt Patricia. “Dat betekent inderdaad dat we niet alleen

kleine pasta- en mortelmengsels aanmaken, maar ook vaak aan de Proctormachine en de betonmolen staan. In de meeste gevallen moeten we daarvoor met drie personen zijn, want 50 liter beton mixen is een zwaar karwei.” (lacht)

Reputatie

Ook nieuwe types beton, zoals zelfverdichtend beton en poreus beton, worden geanalyseerd in Obourg. De duurzaamheid van onze producten op lange termijn – tot 100 jaar! – wordt eveneens grondig onder de loep genomen. “Ook het Labo granulaten en wegentechniek is erg belangrijk, bijvoorbeeld voor het behandelen in situ van de bodem met bindmiddelen”, legt Steven uit. “Zo hebben we al metingen uitgevoerd in het kader van het Brabo-project, voor de uitbreiding van het Antwerpse tramnetwerk. Daarbij is het niet alleen de vraag of onze producten geschikt en duurzaam zijn, maar ook of ze compatibel zijn met de aanwezige bodemstructuur.” Eén van de nieuwste machines in het labo van Obourg meet de polijstingscoëfficiënt van onze granulaten. Die test is onmisbaar bij de aanleg van nieuwe wegen. Wat als de toplaag afslijt, na verloop van tijd? Blijven onze granulaten dan ruw genoeg om de remafstand van de wagens voldoende klein te houden? De test in Obourg gaat dat na, aan de hand van een versnelde simulatie van duizenden passerende autobanden. “Onze groep heeft nu eenmaal een reputatie hoog te houden”, besluit Patricia. “Daarom zijn de metingen die we hier uitvoeren erg belangrijk. Ze laten ons toe om op tijd bij te sturen, om de juiste technische ondersteuning te bieden aan onze klanten, om grote projecten in goede banen te helpen leiden, en om proactief in te spelen op wat de toekomst ons brengt. Kortom, ik heb een heel gevarieerde en boeiende job. Het ene moment sta ik beton te mixen, het volgende moment zit ik achter de microscoop, en er komen soms zodanig veel stalen binnen dat we onze planning voortdurend moeten bijsturen. Een uitdaging!”