Gids voor de vakman: Metselmortel

22 Mei 2019
 

Aanbevolen oplossingen

 

Courant gebruik
CEM II/B-M 32,5 N
25 kg
Praktisch gebruik
bastaardmortel voor vlot metselen 
Tradi’chaux XHA Type HL5
25 kg
Courant gebruik - bij koud weer
CEM I 52,5 N 
25 kg
Speciaal gebruik - bij risico op vorst 
CEM I 52,5 R HES
25 kg
Ecologische toepassing
CEM III/A 42,5 N LA
25 kg

Tips van de vakman

1. Een mortelsamenstelling kiezen waarvan het bindmiddelgehalte en het type bindmiddel aangepast zijn aan het type metselwerk en waarvan de druksterkte toereikend is voor de belasting van het metselwerk (zie tabellen blz. 22 en 23).
2. Plastische mortel aanmaken: dit vergemakkelijkt het metselen en het aanbrengen van de metselsteen of -blok in zijn juiste positie. Ideaal: cement mengen met Tradi’chaux XHA.
3. Kleine hoeveelheden aanmaken, zeker bij warm weer, zodat de mortel altijd vers is. Zo bekomt u een vlotte plaatsing en een optimale sterkte.
4. Bij warm weer de ondergrond bevochtigen.
5. De stenen of blokken nat maken als ze droog zijn, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. De stenen of blokken nooit verzadigen door ze lange tijd onder te dompelen in water.
6. De metselstenen vermengen (“panacheren”): stenen of blokken nemen van verschillende paletten en in willekeurige volgorde, zodat de onvermijdelijke kleurverschillen verdeeld worden en zo aanvaardbaar worden.
7. Middelgrof zand kiezen (0/2). Indien nodig fijn zand toevoegen (0/1) om de mortel smeuïger te maken.
8. Voegen maken van maximum 10 mm (stenen) en van 10 tot 12 mm (blokken).
9. Het metselwerk beschermen:

• Tegen de regen: het vers metselwerk afdekken om uitspoelen te voorkomen 
• Tegen te snel drogen: bij droog en warm weer water verstuiven
• Tegen vorst: het metselwerk afdekken met een thermische isolatie.